De Verloren Staart

Er was eens een kale man. Hij had een vriendin (ze zei nooit “ja” tegen zijn dronken huwelijks aanzoeken) en twee kinderen. Ze woonden in een heel gewoon huisje en het gezin had een parkiet en een hond. Deze hond, ook wel bijgenaamd “dikke pad” door het vrouwtje, diende dagelijks te worden uitgelaten. Daar waren de kinders doorgaans te lui voor, dus die taak werd meestal toebedeeld aan de kale man of zijn vriendin (die hij overigens stug “mijn vrouw” bleef noemen).

Op een dag trok de kale man zijn schoenen aan, onderwijl kreunend en steunend. De hond huppelde opgewonden heen en weer en blafte tot de riem werd omgedaan. En de man liep naar buiten. De hond, traag als dikke stront omdat het elke druppel urine met uiterste precisie diende te onderzoeken, met zich meeslepend. De kale man ontmoette een lotgenoot. De Spaanse man en zijn honden. Ah, een verademing. Even lekker mannen onder elkaar.

Zoals bij elk hondenuitlaatgesprek, kwam het onderwerp als vanzelf, toch uit op de harige beesten. De Spaanse man had twee honden met gebruiksaanwijzing en eentje was nogal druk. De hond van de kale kwam zonder gebruiksaanwijzing. Het beestje had geen problemen om een hond drie keer zo groot als hijzelf aan te vallen, maar was nog steeds bang voor de stofzuiger. En voor veel andere honden. Reden onbekend.

Wat doet een hond als het bang is? Behalve het ineens vanuit het niets op een lopen zetten of het gevaar in kwestie van een afstand in de gaten te houden? De kale man had geen idee. Misschien had zijn grijze massa teveel kou geleden door het gebrek aan haar. Misschien had zijn alcohol inname van het verleden teveel hersencellen gedood. Misschien hebben die daar nooit gezeten. Immers, bij het proberen van een parfum, “even kijken hoe het ruikt” had hij zichzelf in de ogen gespoten. Maar het volgende gebeurde:

De hond had zijn staart tussen de achterpoten gedaan, zoals honden dus doen, als ze bang zijn. De kale man sperde zijn toch al grote ogen open en riep uit: “waar is zijn staart nou, is ‘ie er af gevallen?”.

I shit you not. Lieve lezertjes, ik presenteer u: mijn vader. Die niet blij is met zijn bloggende spruit die elk beschamend moment op haar blog zet ter publiekelijk vermaak, maar dat is irrelevant. En dank gaat uit naar mijn moeder, die deze anekdote hielp herinneren toen ze zei “hij is dom, maar zo dom is hij ook weer niet”.

Comments

De Verloren Staart — 1 Comment

  1. HAHAHA! Ik wist dat het al over je vati ging, kon niet anders. :’) No offense natuurlijk, maar de manier van schrijven, geweldig. :”) Haha, priceless dit, helemaal met de quote van je moeder erbij.