Halloween Griezelverhaal #2

[Halloween verhaal van vorig jaar]

Het was een nacht zoals alle anderen. Zonder geluid en zacht sterrenlicht dat op het zandweggetje scheen. Marina lag naar het plafond te staren, in de hoop dat Klaas Vaak langs zou komen om korrels in haar ogen te strooien zodat ze naar dromenland kon vertrekken. Zoals vele nachten bleef Klaas Vaak te vaak bij anderen hangen en liet het zandmannetje Marina alleen met haar gedachten. Deze kronkelden in haar hoofd, luid, de één vlug na de ander en hoe langer de nacht duurde, hoe meer paniek er in de gedachten kwamen. Uiteindelijk kwam de zon op en viel Marina, doodmoe, in slaap.
Ze liep haar kamer in en zag haar lichaam in haar bed liggen. Naast haar bed zat een kat. Marina schudde haar hoofd en de kat keek geïrriteerd. In tegenstelling tot andere mensen droomde Marina altijd dezelfde droom. Tenminste, het begon altijd op deze manier. Met Marina die haar kamer binnen kwam, zichzelf in bed zag liggen en de grijze kat die naast haar bed op het nachtkastje zat. Zoals in elke droom begon de kat te praten.

 “Ik wil je een voorstel doen” zei de kat.
“Dat voorstel doe je al jaren en mijn antwoord blijft hetzelfde” zuchtte Marina.
“Laat ons ruilen van lichaam, zodat we beide gelukkig kunnen zijn”.
“Nee”.
“Nee? Dat is het? Nee?” als de kat wenkbrauwen had gehad, had hij er nu één opgetrokken.
“Ik ben vijftien. Zolang ik mij kan herinneren probeer je mij er van te overtuigen dat we van lichaam moeten wisselen en zolang ik mij kan herinneren probeer ik jou van het tegenovergestelde te overtuigen. Het gaat niet gebeuren” lichtte Marina haar antwoord toe. Ze zuchtte verveeld. “Ga jij mij ooit nog eens vertellen hoe je heet?”
“Nee…weet je, vroeger noemde je mij nog meneer Kat en sprak je me aan met u”.
Marina keek zuur.
“Ach vijftien jaar alweer…” mijmerde de kat. Hij sloot zijn grote gele ogen en opende ze weer. “Vijftien jaar en hoeveel daarvan was je gelukkig?”
Dat stak, want Marina was verre van gelukkig. Ze had een moeilijke jeugd gehad en deze was nog niet eens echt afgelopen. Haar armen vertoonden vele littekens en ze had al vele hulpverleners versleten.
“Dus… liever dood dan een kat?” zei de kat terwijl hij zijn kopje schuin hield. Zijn grote ogen keken haar vragend aan. Hij kon zo onschuldig kijken.
“Ja” antwoordde Marina. Ze keek de kat aan terwijl ze probeerde haar gezicht emotieloos te houden.
De kat keek de andere kant op, naar Marina’s slapende gezicht.
“Laat dat!”

“Wat? Ik doe niets” sputterde de grijze haarbal tegen. Zijn pootje opgetild met zijn klauwen uit. Op haar pogingen tot zelfdoding na, sneed Marina zichzelf niet. Toch werd ze elke ochtend wakker met bloederige krassen. Hoewel ze het de kat nooit had zien doen, wist ze zeker dat hij verantwoordelijk was. Maar niet in deze droom. Ze was niet van plan om weg te gaan.
“Dus…blijf je hier nog lang zitten” vroeg de kat terwijl hij tussendoor zijn poot schoon likte.
“Ja, in feite de hele droom…”.
De kat stopte met likken en vergat zijn tong even in zijn bek te doen.
“De hele droom?”
“De hele droom”.
“Nou, dan ziet je hier nog wel een tijdje hè” en de kat ging weer verder met likken.
Na enige tijd, het dier had zich inmiddels schoon gelikt, verbrak hij de stilte.
“Zal ik jou ook even doen?”
Marina trok een vies gezicht. “Iewl, nee!”
“Jullie mensen zijn zo vies” mompelde de kat.
“Wij gebruiken w…” maar Marina kon haar zin niet afmaken. De wekker ging.
Slaperig sloeg ze de wekker uit. Langzaam klom ze uit bed en ze ging voor de spiegel staan. Haar nachtjapon was nog heel en nergens nieuwe krassen…
“MAAAAAAARIIIIIIIIIINAAAAAAAAA!”
Het gekrijs kwam van haar moeder. Die kwam niet naar boven, want ze was steevast te dronken om de trap weer af te dalen. Daarnaast was het mens te lui om steeds weer naar beneden te gaan om een nieuwe fles wijn te pakken.
“Ik ben er al af” schreeuwde Marina terug.
“KOM NAAR BENEDEN!”
“Eerst douchen ma!”
“NEE MARIEN…MARIEN!”

Marina negeerde het geroep van haar moeder, zocht haar kleren bij elkaar en sloot zichzelf op in de douche. Het koude water voelde heerlijk aan. Het spoelde de slaap uit haar ogen en werkte verfrissend voor haar spieren. Ondanks haar slaapprobleem zette ze de wekker altijd een kwartier te vroeg, zodat ze lekker lang kon genieten van haar douche. Nadat haar ochtendritueel was afgelopen, wilde Marina de douchedeur van slot doen. Haar hand raakte het slot aan, maar toen hoorde ze geluiden. Gescharrel. Objecten vielen. Haar moeder kwam al jaren niet meer boven en ze hadden geen huisdieren. Wie was er dan in godsnaam boven? Ze hoorde mannen fluisteren en vervolgens gesleutel aan het slot van de douchedeur. Marina handelde snel. Ze schoof de kast met grote moeite voor de deur. Ze had altijd een hekel gehad aan het massief eikenhouten gevaarte dat onnodig veel ruimte in beslag nam en vervloekte het als ze de douche schoon moest maken. Maar vandaag was ze blij met de kast. Uiteindelijk staakten de mannen hun pogingen. Marina bleef nog zeker een uur in de douche zitten en haalde de kast niet voor de deur weg. Uiteindelijk hoorde ze zware voetstappen de trappen opkomen en mensen die haar naam riepen. Politie.

“Marina, doe open, wij zijn van de politie. De inbrekers zijn weg. Je bent veilig” zei een vrouwenstem.
“Laat me dan bewijs zien. Een pasje of zo” riep Marina terug.
Er klonk gemompel en toen werd er een pasje onder de deur geschoven. Ze had de kast niet volledig voor de deur gekregen, dus er was nog een vrij stuk over. Marina bekeek het pasje aandachtig. Het zag er echt uit, maar door haar angst was ze niet volledig overtuigt.
“Waar is mijn moeder?”
Het bleef een tijdje stil en toen hoorde ze ongemakkelijk gekuch.
“Marina, de inbrekers…ze hebben je moeder van het leven beroofd” zei de vrouwenstem.
Marina schoof met moeite de kast op zijn plaats en toen pas drongen de woorden tot haar door. Haar moeder was een dronkenlap sinds haar vader overleed, maar het bleef wel haar moeder. Tranen welden op in haar ogen en de politie agenten namen haar met zachte dwang mee naar beneden. Haar oog viel op flinke bloedspatten op de vergeelde muren, terwijl de agenten haar naar de auto dirrigeerden. De vrouwspersoon zat de hele rit naast haar, maar ze verstond niets van haar gepraat. Haar geest bleef één gedachte herhalen: en dit kan er ook nog wel bij….

“Marina? Marina? Wat heb je gehoord? Je verstopte je in de douche, heb je iets gehoord?”
Marina keek op. Een vrouw zat tegenover haar en ze bevond zich in een kamertje. Op de tafel stond een glas water en een doos tissues. Hoe ze daar was aangekomen, mocht Joost weten. Ze keek op en de vrouw keek haar vragend aan.
“Ik….ik hoorde mijn moeder mijn naam schreeuwen…zoals elke ochtend…”.
“Dat deed ze elke ochtend?”
“Ik heb een…eh…slaapprobleem…ze roept me voor school”.
“Juist, dus je hoorde je moeder schreeuwen en wat gebeurde er toen?”
“Ik riep dat ik me eerst moest douchen en dat ben ik gaan doen, pas later hoorde ik de inbrekers…en ik barriceerde de deur, omdat ze met het slot begonnen te klooien”.
“Waarom deed je de deur op slot? Jullie maatschappelijk werker zegt dat jij hem hebt verteld dat je moeder vanwege haar drankprobleem nooit boven komt”.
“Uit gewoonte denk ik”.
“En je moeder riep je voor school? Terwijl ze dronken was?”
“Ja,…ik heb een wekker met spraakfunctie gekocht…jaren geleden…zodat ze niet zou vergeten”.
“En gedurende de douche heb je niets gehoord? Geen gegil? Of misschien na de douche?”
“Nee…”

In Marina’s beleving duurde de verhoring eeuwen. Uiteindelijk kwam haar tante haar ophalen. Wederom gebeurde er veel in een roes. Ze wist niet eens of ze avond eten had gehad en zo ja, wat ze dan gegeten zou hebben. Maar nu stond ze in een logeerkamer. Ze voelde inderdaad wel de zin om te slapen. Om te ontsnappen aan de werkelijkheid. Nadat ze de kat zijn voorstel had geweigerd vloog Marina altijd uit het raam en maakte ze avonturen mee die ze zich niet altijd kon herinneren. Toch bleef ze langer wakker dan haar lief was en de gebeurtenissen van de dag bleven zich herhalen. Inclusief “wat als” situaties. Was ze niet ergens verantwoordelijk voor haar moeders dood? Uiteindelijk viel ze met een betraand gezicht in slaap.

“Welkom terug, jij bent vroeg” zei de kat. “Je ziet er trouwens verschrikkelijk uit. Weer eens een zware dag gehad? Heb je nog nagedacht over mijn voorstel?”
“Je weet wat er gebeurd is” wierp Marina nijdig tegen.
“En dan noemen ze mij kattig…Ja, als je, je moeder maar iets serieuzer had genomen hè…Als je haar niet had afgekapt, dan had je misschien kunnen helpen…Nou, jou moet je ook niet als kind hebben zeg. Eerst breng je, je vader om en dan….”.
“Het was een ongeluk!”
“Oh ja…het had niets te maken met jou gebedel om een ijsje…zonder jouw gezeur was hij ook wel in de auto gestapt die avond, is het niet?”
Marina viel neer en tranen stroomden over haar wangen.
“Als kat echter…” grote gele ogen keken haar aan.

Kathelijn opende de deur. Haar nichtje lag te slapen. Ze twijfelde of ze haar moest wakker maken. Het was immers al ver in de middag, maar het arme kind had een ongelooflijk zware klap te verwerken. Uiteindelijk besloot ze om Marina te wekken. Marina werd wel wakker, maar staarde haar tante met grote ogen aan. Kathelijn werd er een beetje bang van.
“Wil je iets eten lieverd” stamelde ze zacht.
“Tonijn”.
“Tonijn? Maar je bent net wakker”.
Marina lachte haar tanden bloot.
“Wat eet ik dan als ik net wakker ben?”
“Zal ik anders pistoletjes in de oven bakken. Dan kan je daar tonijn op doen?”
Marina knikte en geeuwde uitgebreid waarbij ze haar hele lichaam uitstrekte. Kathelijn haastte zich de slaapkamer uit. Het is mijn nichtje, ik móét wel voor haar zorgen! Dit bleef haar mantra gedurende de hele dag. Maar die avond sliep ze niet bepaald prettig. Marina deed haar de rillingen over haar rug lopen.

Zoals gevreesd ging het kind niet meer naar school. Om te rouwen natuurlijk. Zoals ze dat woord ook zei…met een extreem rollende “r” om er daarna om te giechelen. Soms kwam haar nichtje bij haar zitten en legde ze haar hoofd tegen Kathelijn aan. Als een klein kind wilde ze kroelen. Het hoorde vast allemaal bij het rouwproces. Zo ook deze avond. Kathelijn wilde Marina’s haren strelen, maar de haren waren erg vet. Ze merkte tevens op dat haar peuter verderop met de blokken aan het spelen was. Stonk Marina dan zo?
“Marien, zou je niet eens gaan douchen?”
“Ik heb mezelf gelikt, maar ik kan er gewoon niet bij” mompelde ze.
“Wat?”
Marina keek op. Ze keek haar tante vragend aan.
“Kom lieverd, we gaan je douchen” zei Kathelijn met een zucht. Ze pakte haar nichtje bij haar hand en nam haar mee naar boven. Ze legde haar uit hoe de douche werkte, maar Marina keek er naar alsof ze er nog nooit één gezien had. Uiteindelijk besloot Kathelijn haar maar te helpen. Ze hielp het meisje met uitkleden en deed het water aan. Maar toen Marina door kreeg dat ze onder de waterstraal moest staan begon ze te krijsen.

“Marina, je stinkt, je haren zijn vet, je moet echt douchen!”
Maar hoe Kathelijn ook probeerde, ze kreeg de tiener met geen mogelijkheid onder de douche. Marina werd alleen agressief en kraste haar tante’s gezicht met haar nagels. De volgende middag nam ze Marina mee naar de hulpverlener. Hij vermoedde dat Marina een trauma had opgelopen van het hele gebeuren, ze verstopte zich immers in de douche.
“Maar ze likt zichzelf, is dat ook normaal” riep Kathelijn.
“Wel, mensen vertonen wel vaker vreemd gedrag na een trauma te zijn opgelopen mevrouw”.
“Eten ze dan ook rauw vlees?”
“Ze eet rauw vlees?”
“Ja, dat zeg ik. Ik zeg u, dit kind gedraagt zich niet normaal. Ik heb haar meegemaakt gedurende het verlies van haar vader en ik zeg u, dit is niet Marina!”
“We kunnen wel enkele onderzoekjes doen”.

Een week lang werd Marina opgenomen ter observatie. Dat werd Kathelijn niet in dank afgenomen. De rit naar huis bleef Marina stil, terwijl ze met een dodelijke blik naar haar tante keek. Thuis aangekomen ging ze op de bank zitten en observeerde ze de peuter. Kathelijn kreeg een naar voorgevoel, maar besloot het te negeren. Ze maakte vast zichzelf gek. Toen ze Marina later op de dag wilde roepen voor het avond eten, bleek ze nergens te bekennen. De hele buurt zocht al spoedig mee, maar geen spoor van Marina. Drie dagen lang duurde het voordat Marina werd terug gevonden. Kathelijn was gedurende die dagen verscheurd geweest. Enerzijds was ze blij en voelde haar nichtjes afwezigheid als pure vrijheid, maar anderzijds maakte ze zich vreselijk zorgen. Het was immers wel haar nichtje.

Marina probeerde nog vaker weg te lopen. Het resultaat was dat Kathelijn alle deuren en ramen vergrendeld moest houden en alle sleutels ten alle tijde bij zich moest houden. Ze liet haar nichtje nergens meer heen gaan zonder toezicht. En dat werkte Marina op haar zenuwen, merkte Kathelijn. En altijd weer die starende ogen. Die haar overal volgden en in haar rug priemden. Hulpverleners kwamen langs, ze bracht Marina naar therapie, maar de situatie leek alleen maar erger te worden. Maar het meisje deed niets, dat haar een gevaar maakte. Was het slechts een kwestie van tijd?
Kathelijn kwam thuis van therapie. Ze was boos op de therapeut en erg overstuur. Ze opende de woonkamer deur en bleef als bevroren in de deur opening staan. Haar zoontje lag op de grond. Levenloos. Marina zat op de bank er naar te kijken.
“Volgens mij is hij dood” zei Marina zacht.

Kathelijn was ontroostbaar. Er was geen bewijs gevonden dat Marina schuldig was aan de dood van haar zoon. Het was het idee van een therapeut. Marina’s vertrouwen winnen, door haar in vertrouwen te nemen met een verantwoordelijke taak. Ze had geen stem meer van het schreeuwen en krijsen. Het verdriet, de woede, nog nooit had ze dergelijke emoties zo intens gevoeld. Die nacht scheen het eeuwen te duren voor ze in slaap viel. Toen het gebeurde, droomde ze dat ze in haar slaapkamer zat. Ze zag haar lichaam en een grijze kat.

“Ik ben Marina” zei de kat.
Kathelijn merkte dat dit geen normale droom was. Ze was zich van het dromen bewust en kon helder denken, alsof ze wakker was.
“Ik heb geruild, ik was stom, ik wilde gewoon niet meer tante Kath, maar…” de kat keek treurig.
“En ik kan niet eens huilen” zei het daarom maar.
“Jij bent Marina en Marina is een kat?”
De kat keek op. De gele ogen werden groot.
“Het is een demoon, tante Kath, een demoon”.
Op de één of andere manier leek dit logisch voor Kathelijn. Of misschien kwam het omdat het een droom was.

“De demoon heeft mijn lichaam en ik weet niet waarom hij eerst in een katten lichaam zat, maar die heb ik nu en hij heeft het gedaan tante Kath”.
“Ja…”
“De demoon moet dood tante Kath!”
“Juist, met een priester of wat?”
“Nee…, kijk ik krijg mijn lichaam toch niet terug. Maar een demoon heeft een gastheer nodig. Of nou ja, in dit geval, gastvrouw. Zonder lichaam, geen demoon”.
Dit gedeelte van de droom bleef helder in Kathelijns geheugen hangen. Er was echter geen bewijs dat Marina’s lichaam bezeten was door een demoon. Haar gedrag was bijzonder eng en vreemd, maar demonisch?

Kathelijn liep de trap af naar beneden. Ze hoorde Marina giechelen en praten. Toen ze de deur opende, zat het kind op de bank een geanimeerd gesprek te houden, zonder gesprekspartner. Althans, niet dat Kathelijn die kon zien.
“Oh tante Kath, dit is Wesley. Hij is mijn nieuwe vriend. Ik heb hem ontmoet in de kelder”.
“Fijn voor je kind, hallo Wesley”.
Kathelijn zette zichzelf een kop koffie en dronk deze bedachtzaam op. Het gegiechel op de achtergrond was inmiddels uitgegroeid tot hysterisch geschater. Kathelijn zette haar kopje neer, schoof haar stoel naar achteren en stond op. Ze pakte het vleesmes uit de la en liep naar haar nichtje toe. Deze had niets in de gaten. Zoveel lol had ze met haar onzichtbare vriend. Zonder te aarzelen zette ze het mes in Marina’s rug. En nog een keer en nog een keer en nog keer.

De daaropvolgende droom begon hetzelfde als voorheen. Met de slaapkamer en de kat. De kat lachtte haar uit en spoedig werd zijn stem zwaarder en gemener. Het beest verdween met een plof en Kathelijn schrok wakker met een verschrikkelijk besef.

Comments

Halloween Griezelverhaal #2 — 2 Comments