Halloween Griezelverhaal #4

Julia bekeek haar buik vanuit alle mogelijke hoeken. Ze was niet zoveel aangekomen en liep al bijna tegen het eind. Toch kreeg ze vragen, die ze steeds ontwijkend had beantwoord. Julia wist dat ze het niet eeuwig uit kon stellen. Het kindje zou spoedig geboren worden en ze had geen idee wie de vader was. Ze kon amper rond komen en had de hulp nodig van haar familie. Vandaag was de dag. De grote onthulling.

Van de zenuwen moest Julia wel zes keer naar de wc. Uiteindelijk stapte ze in de auto en reed naar het huis van haar ouders. Onderweg oefende ze wat ze ging zeggen. Eenmaal aangekomen stonden haar ouders en haar oudere zus haar al op te wachten. Zenuwachtig stapte Julia naar binnen. Haar handen trilden zo erg dat ze het kopje thee niet vast kon houden, zonder dat er een heel rinkel orkest aan te pas kwam. Haar vader slaakte een geërgerde zucht en de stilte was meer dan ongemakkelijk.

“Je wilde ons iets vertellen Jules” vroeg haar moeder minzaam.
“Ze is zwanger” mompelde Thalia.
“Nee” bromde haar vader.
Alle ogen waren nu gericht op Julia. Ze probeerde te slikken, maar haar mond was te droog te geworden. Nu was het moment. Nu moest ze het zeggen. Nu, nu nu! Julia voelde haar benen nat worden. Had ze nu serieus…?
“Aha, ik zei het jullie toch! Kijk haar water is gebroken” riep Thalia triomfantelijk.

Haar moeder staarde haar jongste dochter met open mond aan. Haar man had zijn hand voor zijn gezicht geslagen. Alles verliep snel en mistig. Ze hoorde de verwijtende stemmen wel, maar niet wat er gezegd werd. Ze had pijn. De uren kropen voorbij, terwijl ze ondertussen ook heel snel gingen. De enige constante stem was die van Thalia. Die haar aanmoedigden en troosten. Julia was nooit close geweest met haar zus, maar oh, wat was ze dankbaar voor haar vandaag.
Julia opende haar ogen en Thalia riep onmiddellijk om een zuster. De baby, de baby moest gehaald worden en wel nu. Julia’s buik deed ontzettend veel pijn. Moest ze nog bevallen?

“Ik wil niet bevallen Tal” kreunde ze.
“Ha, dat is al achter de rug. Hier komt hij”.
Het was een jongen. Hij was zo klein. Julia voelde zich overlopen met moederlijke liefde. Dit was háár jongen. Niemand mocht hem een blonde krul krenken.
“Hoe heet hij” vroeg ze aan de zuster die wat aan het rommelen was met de apparatuur.
“Je moet hem nog een naam geven” lachte Thalia.
“Gio, naar papa”.
“Heette de vader ook…”.
“Nee, naar papa, onze vader”.
“Ja… schattig”.
“Hoezo” vroeg Julia afwezig. Ze kon haar ogen maar niet van het mooie ventje afhouden.
“Ehm… pa en ma zijn nogal… ze kunnen het nog niet… misschien na verloop van tijd” antwoordde Thalia, bijna struikelend over haar woorden.
“Ik wist het wel” mompelde Julia. Ze kon er niet eens kwaad om worden. Daar deden ze alleen zichzelf tekort mee.

Enkele weken later stond tot haar verassing haar moeder voor de deur. Aha, ze wilde dus toch haar kleinzoon zien. Blij liet ze haar moeder binnen. Zelfs Thalia, die haar bleef helpen sinds de bevalling, keek verbaasd.
“Je moet de baby dopen” zei haar moeder, zonder Gio ook maar een blik waardig te gunnen.
“Ugh, waarom? Het is maar een plens water” beet Julia haar toe.
“Laat hem dopen, zo snel mogelijk. En ik ben hier nooit geweest”.
Haar moeder zei Thalia gedag en liet zichzelf uit. Julia was woedend.
“Ach we kunnen hem wel…”.
“Nee Thalia, nee! Hij word niet gedoopt”.

Gio was inmiddels een half jaar. Thalia had promotie gekregen en kon dus minder helpen. Julia stond er feitelijk alleen voor. Ze was thuiswerk gaan doen, om meer bij Gio te kunnen zijn. Stoppen met werken zat er natuurlijk niet in. Gio was er ondertussen steeds minder uit gaan zien. Het knappe kereltje met blonde krulletjes had zijn charme nog niet verloren bij anderen. Iedereen complimenteerde haar. Julia zag hem met de dag lelijker worden en voelde zich enorm schuldig daarover. Een moeder moest haar kind toch immers mooi vinden?

Op een dag nam ze Gio mee naar een speeltuin. Zijn grauwige huid, uitpuilende bleke ogen en haar als stro waren nog duidelijker in het zonlicht. De dokter had hem gezond verklaard en niemand leek te zien wat Julia zag. Het kind werd ouder en zijn eens schattige neusje was veranderd in een rotte aardappel. Zijn hoofd leek te groot en zijn lichaam te mager. Julia snapte er niets van. Nog steeds was Gio gezond als een vis en nog steeds kreeg hij dagelijks complimenten.

Gio had vrij snel leren praten en lopen. Hij was vijf. Zijn stem klonk rauw en schor. Hij bewoog zich voort op een schuifelende manier als een oud mannetje. Julia had alle doktoren met hem afgelopen, maar het leek toch tussen haar oren te zitten. Het was Thalia’s vrije dag. Ze knuffelde met haar neefje en bleef roepen hoe mooi, schattig en lief hij was. Julia wist wel beter. Gio krijste nachtenlang aaneen, at vreemde dingen zoals rauw vlees en hij had meerdere katten gedood. Dat hij kon praten maakte alles er niet beter op. Hij praatte nu als een vijfjarige, maar als Julia alleen met hem was, dan bleek hij de vocabulaire van een volwassene te hebben. Hij beval en eiste van alles. Als een prins, nee, een dictator. Julia had stiekem een hekel aan hem gekregen, maar niemand geloofde haar en eerlijk gezegd, twijfelde ze ook aan zichzelf. Waarom zag alleen zij al deze dingen. Was ze gek geworden?

Julia’s vader was ziek geworden. Hij zou spoedig sterven. Aangezien ze geen oppas had, besloot ze Gio mee te nemen naar het ziekenhuis om vaarwel te zeggen. Julia’s vader reageerde angstig op het kleine jochie. Hij probeerde te praten, maar kon geen woord uitbrengen. Julia’s moeder kwam binnen met extra dekens, die ze direct liet vallen toen ze Gio zag.
“Waarom heb je dat meegenomen, haal hem meteen hier weg, je vader is stervende en het laatste wat hij wilt zien, is dat” siste haar moeder wijzend op haar kleinzoon.
Julia was verbijsterd, maar verliet de kamer met haar zoon.

“Ik wil terug”.
Gio’s schorre stem deed de rillingen over haar rug lopen.
“Nee, Gio, nee”.
“Ik. Wil. Terug”.
“Waarheen dan lieverd” zei Julia afwezig, onderwijl haar zoontjes arm vast houdend.
“Ik wil het leven uit hem zien vloeien”.
Julia liet verschrikt zijn arm los. Het kind schuifelde richting de kamer. Julia’s moeder pakte een arm en sleepte Gio letterlijk de gang door. Ze duwde hem daarna Julia’s schoot in. Gio siste als een slang.
“Hou het trollenkind bij je Julia”.
“Trollenkind?!”.
“Je ziet het zelf toch ook”.
“Waarom zie jij… hem… dan ook?”.
“Thalia was gewisseld met een trol. Maar ik heb haar terug gekregen. Ik zei toch dat je het kind moest laten dopen… Behandel hem slecht of beter nog, verbrand hem in een oven. Dan brengt de trol je echte kind vanzelf terug”.
Daarop marcheerde haar moeder de gang uit. Julia bleef verbijsterd achter. Ze keek nog eens naar Gio en zijn bolle ogen waren nog groter geworden. Een kind mishandelen? Doden zelfs? Wat nou als het tussen haar oren zat? Ze kon toch niet…?

Het gesprek was Gio ook niet in de koude kleren gaan zitten. Hij gedroeg zich braver en hoffelijker dan ooit. Liet Julia zelfs nachten doorslapen. Hij kon het gedrag echter niet lang volhouden en verviel al snel in oude gewoontes. Julia had haar opties afgewogen. Als ze het iemand zou vertellen, dan zouden ze Gio afnemen en zou ze nooit haar eigen kind weerzien. Ze zou voor gek versleten worden. Als ze haar moeders advies opvolgde, dan zouden haar kansen 50/50 zijn. De eerste afranseling was moeilijk, maar de keren daarop ging het makkelijker. Ze gaf Gio zelfs geen eten. Thalia bleef komen en hem voeden, dus echt uithongeren gebeurde niet.Gio werd ouder en sterker. Hij was weer eens geschorst van school. Hij was altijd al gemeen tegen andere kinderen geweest. Hij deed zijn behoefte overal en Julia zat dagelijks onder de krassen en beten.

Op een nacht werd Julia wakker. Ze had het gevoel te stikken. Ze was ook aan het stikken. Iemand hield een kussen op haar gezicht gedrukt. Ze verloor bijna haar bewustzijn, tot het kussen plotseling werd verwijderd. Haar moeder hield Gio tegen de grond gedrukt.
“Zet de oven aan” hijgde ze.
Julia twijfelde niet. Ze rende zo snel ze kon naar beneden. Onderwijl naar adem happend. Ze deed de oven aan en strompelde de trap weer op. Gio had inmiddels de bovenhand gekregen. Hij had zijn klauwen om de nek van de oude vrouw geslagen en kneep haar luchtpijp dicht. Julia trok uit alle macht, maar Gio was vastbesloten om de vrouw haar leven te ontnemen. Uiteindelijk liet hij los. De vrouw bewoog niet meer en hij hijgde en begon rochelend te lachen. Julia voelde pure woede in zich ontsteken en worstelde zich met Gio naar beneden. Naar de oven. Het kind gaf zich niet zomaar gewonnen. Hij klauwde, beet en kneep flink van zich af. Julia brandde haar vingers aan de oven in een worsteling om het kind er in te krijgen.
“Stop” krijste een hese stem achter haar.

Julia keek verschrikt achterom. Wat ze zag was bijna niet te omschrijven. Zo lelijk, grotesk en vies als het wezen eruit zag. Het leek op een gigantische pad in mensachtige vorm, al zou dat nog een belediging tegen padden zijn. Het wezen hield een mager, miserabel uitziend jongetje bij zijn hand vast. Was dat haar echte kind?
“We ruilen terug. Kom” zei het wezen en ze gooide het jongetje naar voren. Gio was ondertussen ver van de oven gaan zitten op weer op adem te komen. Hij leek bang. Niet voor Julia, maar voor zijn eigen trollenmoeder.
“Ik wil hier blijven” snikte hij dramatisch. “Julia, laat me blijven, ik beloof braaf te zijn, JULIA!”.
De trol had haar kind vastgepakt en was net zo snel weer verdwenen. Julia zakte op de vloer, omhelsde het onbekende ventje en huilde tranen met tuiten. Het arme joch was ondervoed, zat onder de blauwe plekken en hij was moe. Julia besloot alles op te ruimen en dan te gaan slapen. Ze wilde perse in dezelfde kamer slapen, want stel je voor dat de trollen weer terug kwamen!

De volgende ochtend nam Julia haar echte zoon naar de dokter. Dat ging niet zoals verwacht. Ze werden gesepareerd, ondervraagd en onderzocht. Julia smeekte om contact te leggen met haar zus en de school. Ze had het kind nooit mishandeld. Het trollenkind daarentegen… Thalia maakte haar zus voor alles uit. Als ze Gio niet aan kon, waarom had ze dan niet eerder aan de bel getrokken? Julia bleef ontkennen.
“hij houd van mij, vraag hem maar” snikte ze.
“hij noemt zichzelf Wrattendrab…” sneerde de assistente.
Julia wist dat ze niet kon winnen. Wie zou haar geloven? Nee, ik heb een trollenjong mishandeld, om mijn eigen kind terug te krijgen, die was namelijk gestolen door trollen. Juist. Waarom was ze nou ook naar de dokter gegaan? Ze had hem gewoon thuis moeten houden en beter moeten maken… Nu was ze haar kind alsnog verloren. Dit keer voor altijd.

Wrattendrab kon maar niet wennen aan zijn nieuwe naam. Of aan alle nieuwe ouders. De mevrouw had beloofd dat Tante Thalia de laatste zou zijn. Tante Thalia was aardiger voor hem dan alle voorgaande moeders, hoewel die eerste mensenmoeder hem ook wel wat had geleken. Hij zat bij Tante Thalia op schoot en zij kroelde hem zachtjes door zijn blonde krullen.
“De trollen namen mijn baarmoeder, maar Ma beloofde dat ik een kind zou krijgen. Een mensenkind. Mama er in luizen was niet zo moeilijk. Julia’s pil met placebo’s verwisselen, gaatjes in de condooms, al die moeite en ik dacht dat het kreng nooit zwanger zou worden, maar hier zijn we dan. Het spijt me dat het vijf jaar heeft geduurd voor Juul zichzelf zover kreeg. Ik heb mijn eigen vader er voor moeten omleggen, weet je dat? Ik kreeg mama maar niet zover dat ze naar Juul zou gaan, maar uiteindelijk verliep alles alsnog volgens plan… Maak je niet druk kleine jongen, Juultje kan je nooit meer afpakken. Je zal altijd de mijne blijven. Altijd” mompelde Thalia zacht. Ze keek naar beneden en het jochie was allang en breed in slaap gevallen. Een gelukzalige glimlach verscheen op haar gezicht terwijl ze heen en weer bleef schommelen in haar schommelstoel.

Comments

Halloween Griezelverhaal #4 — 2 Comments